Page 9

dynamiek en vernieuwing. Het stedenfonds was de motor en initiatieven als Thuis in de stad en instrumenten als de stadsmonitor ondersteunden deze evolutie. Ook de indeling van de cultuurcentra volgens graad van stedelijkheid past hier in. Participatie is en was onlosmakelijk verbonden met de opmaak van een cultuurbeleidsplan. Bij de ‘eerste generatie’ plannen werden er tal van creatieve methodes ontwikkeld om de bevolking en/of specifieke doelgroepen te bevragen en te betrekken, de ene al diepgaander dan de andere.4 Bij de volgende legislatuur was de aanpak wat bescheidener. De cultuurraden kregen meer mogelijkheden om zich intern te (her)organiseren in werkgroepen of deelraden. In een aantal gemeenten lukte dit ook. Maar of dit ook tot een nieuwe dynamiek heeft geleid, is een open vraag. Stof voor een opvolgingsonderzoek?5 Professionalisering als onderbouw en stimulans voor kwaliteit liep als een rode draad doorheen de Vlaamse wetgeving over cultuurbeleid van de voorbije 40 jaar. In het decreet lokaal cultuurbeleid was de cultuurbeleidscoördinator de meest opvallende nieuwe cultuurprofessional. Ook hier was het aanvankelijk zoeken naar inhoud en positionering en uiteraard kleurde de concrete invulling van de job anders in een centrumstad dan in een landelijke gemeente. Wat de meeste cultuurbeleidscoördinatoren wel deelden, was een brede blik op de gemeente en zijn diverse actoren én een oriëntatie op beleid: mee voorbereiden, ondersteunen en uitvoeren.

Het eerste jaar dat het decreet lokaal cultuurbeleid in werking was, deden meteen meer dan 100 gemeenten er een beroep op. Het decreet beantwoordde blijkbaar aan de tijdsgeest en de behoeften. De overheid moest zowaar een tijdelijke ‘stop’ installeren omdat alle voorziene middelen reeds benut waren! Na dat eerste jaar bleef er een gestage groei. Diezelfde groei zien we ook in de culturele infrastructuur. Ook zonder specifiek toegewezen subsidies worden toch elk jaar nieuwe of gerenoveerde bibliotheken, gemeenschapscentra of cultuurcentra geopend. Opvallend daarbij is, binnen de grote variatie van die gebouwen, de hoge kwaliteit.6 Ook historisch patrimonium krijgt steeds meer een nieuw leven als bijvoorbeeld bibliotheek. Degelijke en mooie culturele infrastructuur wordt als een basisuitrusting voor een levende gemeente beschouwd. Voor steeds meer gemeentebesturen betekent die kwaliteitsvolle infrastructuur trouwens een zichtbaar teken van hun inzet voor cultuur én voor stadsontwikkeling.

4

K. BIEBAUW, M. DE KEPPER, T. DE METTE & E. VANHEER (red.), Stem in cultuur. De inwoners betrekken bij het lokale cultuurbeleid, LOCUS, ook raadpleegbaar op: www.locusnet.be/portaal/Locus/Organisatie/Bestel/Stem_in_cultuur 5 Zie het onderzoek van D. VERTÉ & W. VERHAEST, Overleg en advisering in het gemeentelijk cultuurbeleid. Onderzoek naar de werking en de invulling van de adviesverlenende opdracht van de cultuurraden in Vlaanderen, VUB, 2005, te raadplegen op: www.locusnet.be/ portaal/Locus/LokaalCultuurmanagement/Cultuurraden/Kritischebeschouwingen 6 Zie ook het Dossier Gemeenschapscentra van de Vlaamse Bouwmeester, te raadplegen op: www.vlaamsbouwmeester.be/renderers/publicaties/list.aspx

7 DUURZAAM LOKAAL CULTUURBELEID

Profile for mdmedia & partners

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Profile for mdmedia
Advertisement