Page 8

Een terugblik stoffeert het denken over de toekomst Na lange voorbereiding kwam het decreet “houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal lokaal cultuurbeleid” in 2001 tot stand. De analyse en de krachtlijnen zijn gekend: focus op kwaliteit via professionalisering, integrale aanpak via cultuurbeleidsplannen en ondersteund door de nieuwe functie van cultuurbeleidscoördinator, een herindeling van de cultuurcentra en een vernieuwde taakstelling voor de bibliotheken, met inspraak en participatie als rode draad. Dit gebeurde in een context van een voorspoedige economische situatie en groei. Er kwamen extra middelen voor cultuurbeleid in het algemeen en voor lokaal cultuurbeleid in het bijzonder. Ruim 10 jaar later zijn de effecten zichtbaar1, ook al verschilt dat van gemeente tot gemeente, afhankelijk van diverse factoren. Een poging tot korte samenvatting… De focus op een meer geïntegreerde aanpak heeft alvast geleid tot meer beleidsgericht denken over cultuurbeleid in zijn geheel. Het proces van cultuurbeleidsplanning ondersteunde dit. Op het terrein groeide een gevarieerde invulling van gezamenlijke extra projecten tot een meer geïntegreerde reguliere werking met inzet van gezamenlijke middelen, herorganisatie van diensten, enz. Het grondige denken over cultuurbeleid in de eigen gemeente versterkte stilaan een vraaggerichte aanpak vanuit de eigen bevolking, gebruikers, publiek, 1

gestaafd door diverse gebruikersonderzoeken en bevolkingssurveys. Gemeenschapsvorming was de introductie van een nieuw begrip. Het leek aanvankelijk wat zoeken naar een voldoende scherpe én zinvolle invulling die relevant was voor de eigen context. Intussen zijn noties als ‘bonding en bridging’ en ‘het kleine ontmoeten’ stilaan gekend en gaat men er in kleine en grote gemeenten, in bibliotheken en cultuurcentra voorzichtig maar zorgzaam mee aan de slag.2 Van bij de eerste cultuurbeleidsplannen kwam erfgoed als een belangrijke hefboom naar boven, zeker ook in de kleinere gemeenten waar voordien geen cultuurcentrum was. Het bleek een dankbaar onderdeel om een eigen gezicht te geven aan het cultuurbeleid van de gemeente, om vrijwilligers te betrekken en om kleinschalige initiatieven te nemen. Het cultureel-erfgoeddecreet versterkte enkele jaren later deze tendens. Door al deze elementen kwamen méér gemeenten met hun cultuurbeleid in beeld. Het voordien instellingsgerichte beeld op lokaal cultuurbeleid vanuit de cultuurcentra en vanuit de bibliotheken veranderde in een erg gevarieerd beeld, gekleurd door het voortraject, de eigen ambities en de mogelijkheden of beperkingen van ongeveer 250 steden en gemeenten.3 Het onderlinge verschil werd een kwaliteit! De aandacht voor stedelijkheid was de voorbije decennia gegroeid. Steden werden niet langer als concentratieplekken voor problemen benaderd maar (ook) als broedplekken voor

Zie ook het onderzoek rond cultuurbeleidsplanning van B. DE PEUTER & V. PATTYN, De effecten van de gemeentelijke cultuurbeleidplannen 2008-2013, K.U.Leuven, Instituut voor de Overheid, 2010 (onderzoek uitgevoerd in opdracht van het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen, Afdeling Volksontwikkeling en Lokaal Cultuurbeleid), te raadplegen op: www.sociaalcultureel.be/ volwassenen/onderzoek.aspx 2 Zie ook E. CORIJN & S. LEMMENS (e.a.), Het sociale van cultuur. Lokaal cultuurbeleid en gemeenschapsvorming. Een werkboek, ook raadpleegbaar op: www.locusnet.be/portaal/Locus/Organisatie/ Bestel/Sociale_van_Cultuur, en R. SOENEN & H. DE BRANDT, Neveneffecten. Het kleine ontmoeten in het lokaal cultuurbeleid, LOCUS, zie voor meer informatie: www.locusnet.be/ portaal/Locus/Organisatie/ Bestel/Neveneffecten 3 Zie gedetailleerd overzicht op www.sociaalcultureel.be/volwassenen/cultuurbeleidsplan_gesubsidieerd.aspx

6 L O C U S

Profile for mdmedia & partners

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Profile for mdmedia
Advertisement