Page 19

In deze context misschien toch een vraag: is het toeval dat in het overzicht van de WAK, de Week van de Amateurkunsten, vooral veel animo en activiteit was in die gemeenten waar het minste cultuurprofessionals zijn? Het in vraag stellen van personeelsinzet is een gevoelig punt. Binnen de lokale cultuursector en bij uitbreiding de vrijetijdssectoren is een lange weg afgelegd naar professionalisering. Uiteraard is dit geen pleidooi om de klok terug te draaien, integendeel. De professionalisering heeft de kwalitatieve uitbouw van het brede culturele veld zwaar ondersteund en mogelijk gemaakt. Maar in Moeilijke tijden met maatschappelijke veranderingen én kansen gaan we hier beter open en proactief mee om.

Nog geen besluit Wat zal de impact zijn van het vernieuwde decreet lokaal cultuurbeleid? Op het inhoudelijke vlak waarborgt het (ontwerp) van decreet continuïteit. De inhoudelijke elementen van een ‘kwaliteitsvol’ en ‘geïntegreerd’ lokaal cultuurbeleid blijven behouden. Daarvoor ontwikkelden vele steden en gemeenten intussen een breed draagvlak en een steeds groeiende praktijk. Een degelijke culturele infrastructuur als voorwaarde en het benoemen van het cultuurcentrum en de bibliotheek als belangrijke pijlers van lokaal cultuurbeleid bieden toekomstperspectief. Het nieuwe begrip duurzaam cultuurbeleid maakt de link mogelijk met de grote uitdagingen rond milieu en diverse transitieprocessen, maar evenzeer met de sociale component van gemeenschapsvorming, tewerkstelling, participatie van kansengroepen… De veranderingen in het decreet zitten vooral in feit dat een kader wordt aangereikt en dat niet langer meer wordt gestuurd op het hoe, op instrumenten en interne organisatie. In die zin is

het decreet lokaal cultuurbeleid in de geest van het ‘planlastendecreet’ uitgewerkt. De coördinatie-opdracht binnen lokaal cultuurbeleid staat nog steeds in het decreet maar ze is niet meer gekoppeld aan de functie van cultuurbeleidscoördinator. Deze opdracht en functie blijven op het terrein wel opgenomen, en steeds meer op een hoger niveau geplaatst, vaak via een verschuiving naar clustermanager of diensthoofd Cultuur & Vrije Tijd. Dat kan leiden tot een grotere zichtbaarheid en impact. Anderzijds is dat niet evident voor kleinere gemeenten. In gemeenten zonder een lang voortraject en dito tradities in cultuurbeleid werkte die nieuwe functie met de bijbehorende middelen en sturing vanuit Vlaanderen als een echte katalysator. Vraag is of er voldoende tijd geweest is om dit sterk genoeg te verankeren om tot een evidente praktijk te laten evolueren. Het benoemen van deskundigheid is op zich positief maar geen garantie voor de effectieve realisatie… ook hier blijft reden tot bezorgdheid, vooral omdat deze wijzigingen samenvallen met een nieuwe legislatuur die op vele plaatsen zal gekleurd worden door besparingen. In gemeenten en/of cultuurhuizen waar er geen sterk voortraject was of waar de besparingen het meest dwingend worden, ontstaat er een heel kwetsbare situatie. De effecten hiervan (op het terrein) dienen zorgzaam opgevolgd. Macro-economisch is het plaatje voor de komende legislatuur bijzonder somber, ook al kan de situatie voor elke afzonderlijke gemeente erg verschillend zijn. De vele maatschappelijke uitdagingen – niet in het minst de ecologische, maar evenzeer de sociale – zijn onderling verbonden en vergen een grondige verandering, een systemische of in de huidige beweging, een echte transitie. Duurzaam cultuurbeleid schrijft zich hier mee in.Voldoende stof tot nadenken over de toekomst.

17 DUURZAAM LOKAAL CULTUURBELEID

Profile for mdmedia & partners

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Profile for mdmedia
Advertisement