Page 16

Het blijft een open vraag wat de positieve en negatieve financiële gevolgen zijn van de nieuwe manier van werken en monitoring via de beleidsen beheerscyclus. De kans dat binnen het lokaal beleid ook de vrijetijdssectoren mee in de brokken zullen delen, is niet ondenkbeeldig. ‘Never waste a good crisis’: we kunnen maar best anticiperen op ontwikkelingen in plaats van ze passief te ondergaan… Ook in de (lokale) cultuursector kan de huidige maatschappelijke situatie aanleiding zijn tot grondige reflectie. Of eenvoudig gesteld, de simpele stelling ‘we zijn goed bezig’ zal niet meer volstaan. Zijn we met de juiste dingen bezig én doen we die goed? Dàt zijn de vragen.

Werking We gaan binnen lokaal cultuurbeleid vaak impliciet uit van gestage groei. De vraag rijst of iets minder kwantiteit ook volstaat en het publiek of de gebruiker zou ontevreden maken en doen afhaken? In de reguliere werking is er misschien ruimte voor besparingen zonder diep te snijden. Om een voorbeeld te noemen: wellicht kan de communicatie van vele cultuurhuizen soberder en ecologischer en heeft de gebruiker of het publiek hier best begrip voor. Kan cultuur hier een voorbeeld stellen in plaats van onderling steeds hoger te bieden? Of gaan we op zoek naar synergieën, naar structurele afstemming en samenwerking die ook kostenverlagend werkt? Afstemming betekent dat na overleg de ene iets niet doet wat de andere al doet. Samenwerking focust nu nog vaak op extra projecten…die extra budget vergen nog zonder dat de vergader-tijd in rekening wordt gebracht. Binnen de gemeenten zien we stilaan een toenemende integratie richting clusters cultuur

14 L O C U S

en vrije tijd. Er wordt meer integraal en geïntegreerd gedacht, gepland en uitgewerkt. Het gemeentedecreet met de vorming van het Managementteam heeft in vele gemeenten een interne reorganisatie meegebracht…of was het omgekeerd en was die beweging al bezig en hebben het gemeentedecreet en de invoering van de BBC deze versterkt? In grote steden zal deze tendens misschien gekoppeld worden aan een grotere verzelfstandiging van de grote cultuurhuizen, eventueel verruimd met andere grote instellingen. Dat brengt meteen een grotere responsabilisering, meer zakelijkheid, resultaatgerichtheid mee. Met op termijn het autonoom gemeentebedrijf (AGB) als vehikel? Parallel ontstaat in grote steden interne decentralisatie, vanuit een zorg voor de wijken of vroegere deelgemeenten. Het zijn oefenplekken voor de ontwikkeling van nieuwe en hybride vormen van culturele en vaak nog ruimere dienstverlening. Waar ook de kleinere landelijke gemeenten inspiratie kunnen opdoen…en omgekeerd. Kijk naar de werking van BruggePlus, bibpunt in Sint-Niklaas, het ontmoetingshuis met bibfunctie in Mariekerke in Bornem. Centra en bibliotheken schrijven zich in het gemeentelijke, regionale of stedelijke verhaal in. Daardoor worden werkingen breder dan de infrastructuur. De Antwerpse cultuurcentra bijvoorbeeld voelen zich verantwoordelijk voor de hele stad en het stadsdeel of –district waar ze hun inclusieve en diverse werking opzetten, al dan niet ondersteund met een bakstenen cultuurhuis. Zo wordt een cultuurcentrum of een bibliotheek meer dan een gebouw: het ontplooit een werking voor een cultureel leefklimaat. Voor een aantal aspecten komt ook schaalvergroting in aanmerking. Binnen de bibliotheken komt de digitale bib in beeld maar

Profile for mdmedia & partners

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Profile for mdmedia
Advertisement