Page 15

mining). Daarom is het essentieel dat gemeenten die sector in eigen handen houden. Kortom, duurzame ontwikkeling in de meest brede betekenis is het enige perspectief. Ook heel wat cultuurorganisaties gaan op zoek naar manieren om hun ecologische voetafdruk te verlagen en een bijdrage te leveren aan een duurzame en rechtvaardige samenleving. Het inzicht groeit dat fundamentele en diepgaande maatschappelijke veranderingen zich opdringen om de klimaatuitdagingen aan te gaan. Hoe essentieel de technologische processen en vernieuwingen ook, toch zullen deze veranderingsprocessen een culturele inbedding nodig hebben. Cultuur in de brede zin van het woord… welke rol zal/kan de culturele ‘sector’ opnemen? Zich beperken tot de rol van communicator of organisator van evenementen of mee nadenken, vernieuwen en trekken? Duurzaam cultuurbeleid spoort ruimer dan ecologisch denken… maar ook op dat vlak is nog veel werk aan de winkel: zowel qua infrastructuur als werking. Essentiële voorwaarde is een draagvlak bij beleid én personeel. Binnen de kunsten en de brede cultuursector komt het denken over een duurzaam en rechtvaardig cultuurbeleid langzaam op gang.14

Toenemende financiële zorgen Ondanks politiehervorming, liberalisering van de energie, de val van de Gemeentelijke Holding… zijn lokale financiën vandaag nog redelijk gezond door het verplichte begrotingsevenwicht sinds 1988, de lage rente, de verkoop van participaties zoals die van Electrabel, Distrigas, Telenet, de belastingverhogingen met inbegrip van de vergoeding voor de waterzuivering, de schuldovername via het Lokaal Pact (100 euro/inw. in 2008) en de stijging van het Gemeentefonds met 3,5% per jaar. De hervorming in 2002 van het Gemeentefonds

bleek een goede zaak, vooral voor centrumsteden en plattelandsgemeenten. Aan de uitgavenzijde staan een aantal posten die alleen maar zwaarder gaan wegen: pensioenen, personeel, werkingskosten, OCMW-uitgaven, politie, brandweer, bankleningen, waterzuivering,… Aan de ontvangstenzijde zijn de besparingen van het federale en het Vlaamse niveau voelbaar naast de diverse verminderde en weggevallen inkomsten… De legislatuur 2013-2018 kondigt zich financieel bijzonder zwaar aan door tal van factoren. Aan de uitgavenzijde vormen de pensioenen het grootste probleem. De factuur van het pensioen van de statutaire ambtenaren stijgt met meer dan 100 miljoen euro per jaar, wat meer is dan de toename van het Gemeentefonds. Daarnaast komt de noodzakelijke opbouw van de tweede pensioenpijler en de rest van de personeelskosten. De blijvende inflatie heeft rechtstreeks gevolgen voor de indexering van de lonen. De besturen trekken meer hoger gekwalificeerden aan, maar die zijn ook duurder! En ook de werkingskosten stijgen via o.a. de hogere energieprijzen. Naast die personeels- en werkingskosten blijven investeringen noodzakelijk in onder meer waterzuivering (nog vele miljarden noodzakelijk), infrastructuur voor ouderenzorg (de vergrijzing), kinderopvang en scholen (vergroening), fietspaden, pleinen, (landbouw)wegen, …, duurzaamheid (isolatie, relighting, …), sociale huisvesting (verdunning). Belangrijke voetnoot daarbij is dat de investeringen van de lokale sector goed zijn voor ongeveer 50% van alle overheidsinvesteringen. Besparingen hebben bijgevolg een onmiddellijk economisch effect.

14

Zie onder meer http://www.jongesla.be/

13 DUURZAAM LOKAAL CULTUURBELEID

Profile for mdmedia & partners

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Profile for mdmedia
Advertisement