Page 142

Toelichting bij het ontwerp van decreet benadrukt dat “het essentieel (is) dat de bibliotheek een laagdrempelige instelling blijft, vooral voor moeilijk bereikbare doelgroepen”. De raadpleging en de uitlening moet dus “zo laagdrempelig mogelijk worden gehouden” (MvT, p. 11).

Is er dan geen deskundigheid meer vereist? De tekst van het ontwerp zelf bepaalt wel dat het lokaal cultuurbeleid moet steunen op deskundigheid (art. 2, 1°), maar verwijst niet meer naar deskundig personeel voor bibliotheken en cultuurcentra. De Memorie van Toelichting doet dit wel. Volgens de Memorie moeten de lokale besturen in het kader van een duurzaam beleid beschikken over de vereiste deskundigheid met betrekking tot de werking van het cultuurcentrum. Dit moet ook de inbedding van het cultuurcentrum in de gemeente versterken (MvT, p. 13). De gemeente moet voorts ook beschikken over de nodige deskundigheid om de opdrachten van een openbare bibliotheek, vooral op het vlak van informatiebemiddeling en cultuurspreiding, te kunnen uitvoeren: “De werking van een bibliotheek is dermate gediversifieerd dat de aanwezigheid van voldoende deskundigheid essentieel is om als openbare bibliotheek te kunnen inspelen op maatschappelijke uitdagingen zoals de digitalisering van de samenleving” (MvT, p. 11).

Wat met ‘coördinatie’ van het lokaal cultuurbeleid? In het ontwerp is uitdrukkelijk voorzien dat gemeenten een coördinerende rol inzake het lokaal cultuurbeleid moeten opnemen om aanspraak te kunnen maken op subsidies (art. 7, 1°). De Memorie van Toelichting bij het ontwerp spreekt van een “elementaire zaak” en

140 L O C U S

benadrukt dat de gemeente haar coördinerende rol in de organisatie van lokaal cultuurbeleid zal “blijven opnemen”. Het Agentschap kan een bezoek ter plaatse uitvoeren om na te gaan of hieraan is voldaan.

Wat met de infrastructuurvoorwaarden voor cultuur- en gemeenschapscentra? Die blijven ongewijzigd behouden. Een uitzondering dus op de bepaling van het Planlastdecreet dat de sectorale regelingen geen voorwaarden meer kunnen bevatten met betrekking tot de aard van de in te zetten middelen of de organisatorische structuur van het lokale bestuur (art. 6, 2°). De Memorie van Toelichting verklaart dit nader: “(E)en lokaal cultuurbeleid (heeft) nood aan een minimale culturele infrastructuur die door alle actoren uit het culturele veld kan worden gebruikt, rekening houdend met de culturele diversiteit die in de gemeente aanwezig is. Deze infrastructuur zal in een gemeente een ontmoetingsplaats zijn van al wie met cultuur te maken heeft (…)” (MvT, p. 4).

Blijft de verplichting het verenigingsleven te ondersteunen bestaan? Ja. Gemeenten die subsidies willen in het kader van het lokaal cultuurbeleid moeten nog steeds particuliere sociaal-culturele verenigingen en

Profile for mdmedia & partners

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Profile for mdmedia
Advertisement