Page 135

aangepast aan de hedendaagse behoeften, en een cultuurcentrum organiseren (voor de gemeenten opgenomen in de lijst van Steden en Gemeenten). De Vlaamse Regering zal die prioriteiten naar alle waarschijnlijkheid nog specificeren in het uitvoeringsbesluit dat er uiterlijk op 30 oktober 2012 zal komen. Voor Antwerpen en Gent zal er niet meer gewerkt worden met een convenant. De Vlaamse Regering zal in het kader van het lokaal cultuurbeleid Vlaamse beleidsprioriteiten bepalen voor deze twee grootstedelijke gebieden (artikel 49 van het ontwerp). Dit moet een specifiek en aangepast cultuurbeleid mogelijk maken. Voor de functie-invulling van de cultuurcentra kan er rekening worden gehouden met de specifieke taken: “Immers, in deze steden heeft de functie-invulling van dergelijke centra een vanzelfsprekend verband met de aanwezigheid van een belangrijk aanbod van culturele voorzieningen” (MvT, p. 27).

Wat is kenmerkend voor een lokaal cultuurbeleid? De decretale omschrijving van ‘lokaal cultuurbeleid’ is ongewijzigd gebleven: een cultuurbeleid dat steunt op deskundigheid, strategische aanpak en participatie van alle actoren, streeft naar een evenwicht tussen culturele behoeften en cultuuraanbod, wordt ondersteund door de lokale overheid en uitgaat van de samenhang tussen de verschillende cultuurbeleidsdomeinen (artikel 2, 1° van het ontwerp).

Blijft de waarde van cultuur- en gemeenschapscentra en van bibliotheken erkend? Het ontwerp blijft bibliotheken en cultuur- en gemeenschapscentra bestempelen als ‘pijlers’ van lokaal cultuurbeleid. Ook de opdrachten die hen decretaal worden toegekend, blijven zo goed als ongewijzigd. Voor cultuur- en gemeenschapscentra zijn dit

cultuurparticipatie, gemeenschapsvorming, en cultuurspreiding ten behoeve van de lokale bevolking en met bijzondere aandacht voor de culturele diversiteit. Hiervoor moeten de centra zowel een (passieve en actieve) receptieve werking ontplooien als in een eigen programmaaanbod voorzien. Het cultuurspreidingsaanbod van een cultuurcentrum moet bovendien gericht zijn op de bevolking van een streekgericht werkingsgebied (artikel 2, 2° en 3° van het ontwerp). Deze drie opdrachten moeten steeds aanwezig zijn in de werking, maar er is geen vastgelegde verhouding: het evenwicht kan variëren naargelang de schaal van het centrum, de context, de grootte en de aard van de gemeente, de noden van doelgroepen, enz. (MvT, p. 5). Ook de decretale opdrachten van de openbare bibliotheek blijven behouden: de openbare bibliotheek is een actieve informatiebemiddelaar en is actief inzake geletterdheid, cultuurspreiding en cultuurparticipatie (zie art. 2, 4° van het ontwerp). In de Memorie van Toelichting worden de taken die hieronder (kunnen) vallen uitgebreid opgesomd. De Memorie voegt eraan toe dat de bibliotheek zich op een actieve manier naar de burger moet richten. Het is dus niet voldoende om in een aanbod te voorzien, de bibliotheek moet zelf de vraag stimuleren (MvT, pp. 5-6).

Hoe gebeurt de subsidie-aanvraag onder de nieuwe regeling? Vanaf subsidiejaar 2014 moet geen apart cultuurbeleidsplan meer worden ingediend. De subsidieaanvraag volgt dan rechtstreeks uit het strategische meerjarenplan van de gemeente (en dat uiterlijk op 15 januari 2014). Hieruit moet dan blijken dat de gemeente lokaal vorm geeft aan de Vlaamse beleidsprioriteiten inzake cultuur voor de volledige planningsperiode 2014-2019 (zie verder meer over dit vernieuwde planningsproces).

133 DUURZAAM LOKAAL CULTUURBELEID

Profile for mdmedia & partners

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Profile for mdmedia
Advertisement