Page 130

tot stand komt). Nu kan je boeken schrijven over de kracht van deze 2 argumenten maar ze zetten weinig zoden aan de dijk als het gaat over de concrete organisatie van participatieve processen. Opvallend is dat de twee laatst genoemde argumenten voor participatie vaak aangehaald worden als het eigenlijk over inspraak gaat. Inspraakprocessen vertrekken van een voorliggend beleid en zijn gericht op het genereren van voor- of tegenargumenten. In het beste geval (= bij heel veel tegenargumenten) kan het beleid worden bijgestuurd. Deze ‘acceptatielogica’ staat tegenover de meer ‘constructieve’ logica van participatieve processen waar je samen op zoek gaat naar mogelijke oplossingen voor een bepaalde situatie. Participatieve processen vertrekken van een open startvraag en creëren een dynamiek van een wederzijdse dialoog, waar ruimte is voor wederzijds luisteren en argumenteren. En dit open karakter verhoogt de kansen op nieuwe inzichten en argumenten waardoor een samenleving of organisatie vooruit kan. Open processen zijn een absolute voorwaarde voor geslaagde participatie. En zo komen we tot een eerste belangrijke principe als we op

128 L O C U S

lokaal vlak participatie willen inzetten om te komen tot een beter beleid. Het klinkt misschien wat contradictorisch maar om als beleid participatie een kans te geven, moet je als beleid afstand nemen. Een tweede – minstens even belangrijke – principe is dat je de resultaten van participatieve processen ernstig neemt. Bouw verder op de resultaten, gebruik ze als input voor de beleidsvoorbereidende en interne processen in de administratie. En wat geldt voor burgerparticipatie, geldt uiteraard ook voor de eigen organisatie. Werk ook daar participatief, zodat alle kennis die in de organisatie zit, ten volle naar boven komt en benut wordt.

Kennis zit overal, bij iedereen. Soms als een simpel ideetje, bij heel wat als een geheel van inzichten, ervaringen en ideeën rond een bepaald thema en bij enkelen uitgewerkt in grote theorieën. Deze variatie in kennis weerspiegelt zich vaak in de bereidheid of goesting om te participeren. Sommigen willen gewoon hun idee kwijt, anderen willen dagen discussiëren en uitwisselen. Een goed vormgegeven participatief proces houdt rekening met deze variatie en combineert processen ‘in de breedte’ met ‘processen in de diepte’. De nieuwe sociale media en informatietechnologieën waarover we vandaag beschikken creëert op dit vlak mooie mogelijkheden.

In Genk heeft het college van burgemeester en schepenen met het project De Genks heel wat ruimte gecreëerd voor participatie van zowel de inwoners van Genk als de eigen stadsmedewerkers. Het bestuur deed dit door duidelijk bakens en doelstellingen te definiëren, de nodige middelen en ruimte te creëren en van het project De Genks écht een strategisch stadsproject te maken. Maar tegelijkertijd nam het bestuur afstand van het concrete reilen en zeilen in het proces van De Genks en legde de verantwoordelijkheid voor het proces bij een groep gedreven en bekwame stadsmedewerkers. De resultaten van het burgerparticipatieve proces waar meer dan 3.300 Genkenaren aan deelnamen (www.degenks.be) vormden de input voor een proces van interne denktafels binnen de stadsadministratie. Op het ogenblik van dit schrijven worden de resultaten van dit interne proces besproken in het managementteam en zullen ze worden overgemaakt aan het college van burgemeester en schepenen.

Profile for mdmedia & partners

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Profile for mdmedia
Advertisement