Page 116

Alledaagse huiselijkheid in de bib Huiselijkheid injecteren is niet enkel gebaseerd op theoretische kennis maar sluit ook naadloos aan bij het leven zoals het is in de bib. Het is opvallend hoe studerende jongeren wanneer ze de werktafel in de bib even verlaten hun cursusmateriaal, rugzakken en zelfs mobiele telefoons en laptops onbewaakt achterlaten, net zoals thuis. Jongeren gedragen zich te midden van de bib alsof ze op hun eigen tienerkamer aan het converseren zijn.

Oudere mensen die op steeds hetzelfde ogenblik naar de leestafel komen om een krant of tijdschrift te lezen en zo door de herhaalde frequentie andere lezers leren kennen, creëren tijdelijke huiselijkheid. Zo vertelt de hoofdbibliothecaris van Genk dat op een dag een jonge man aan de balie kwam vragen of hij het doodsprentje van zijn oma op de leestafel mocht leggen. Zijn oma, die ook gekend was door het karretje dat ze bij zich had, was een habitué aan de leestafel. Het doodsprentje op de leestafel is erg sprekend

voor de huiselijkheid errond. Een ontroerend moment dat de intieme sfeer rond de leestafel zichtbaar maakt. De intieme sfeer die geactiveerd werd door de connectie tussen mensen, de centrale leestafel, kranten en een doodsprentje. De bibliotheek vormt dus een apart soort huis te midden van de andere huizen in de stad. Het is een bijzonder huis, een verstedelijkt huis waar iedereen binnen mag en waar de mensen maar ook de materiële dingen erin (boeken, cd’s, dvd’s,…) komen en gaan.

Over bankgebouwen en vestiaires A:

Mijn vader, die vroeg aan mij, heb je soms liefdesverdriet??.... Echt waar! B: Wat! Vroeg die dat?! (de toon van ‘dit kan toch niet’) A: ja, mijn ouders, jong!? Ik wil niet dat die dat weten, wie weet heeft mijn vader iets gezien. B: Oh My God! (redelijk dramaqueen-achtige intonatie) A: Mijn ouders zeggen: “ Ge moogt naar Genk.” Maar als ik zeg dat ik een lief heb mag het niet meer, hoor. (ze hebben allebei heel de tijd ook hun GSM in de hand) A: Gaan shoppen mag ik dan wel; en altijd hé. Die zijn toch dom hé. B: Oh my God! ( weer dramaqueen) B: Zeg, hebben we geen examen binnenkort? A: Ik ben niet meer mee met de tijd (Gegiechel) A: Mijn zus die kan ook zagen: zo van “Gij hebt zoveel jongens en ik niet” en dan zegt die: “Ik wil een eigen stijl.” B: Zegt die dat? Ik wil een eigen stijl? (Soenen, veldnota’s Genk: 11-03-2011)

114 L O C U S

In schril contrast hiermee staat het bibliotheekgebouw zelf dat in het algemeen de taal van de huiselijkheid minder goed beheerst. De ruimte is imposant, groot en leeg. De bibliotheek in Genk refereert eerder aan de ruimtelijke typologie van een bank- of gerechtsgebouw. De inkom in dergelijke gebouwen is gericht op imponeren en intimideren. Betreden we een bankgebouw dan doen we bovendien onze jas niet uit. Opvallend is dat in de bibliotheek ook (door allerlei onvoorziene omstandigheden) de vestiaire ontbreekt. Een vestiaire draagt uiteraard bij tot het comfort van de bezoeker, maar belangrijker is dat de

Profile for mdmedia & partners

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Duurzaam cultuurbeleid l Locus l 2012 l mdmedia  

Duurzaam cultuurbeleid in Vlaanderen

Profile for mdmedia
Advertisement